Afweer: complex maatwerk

21 augustus 2017

Door: Karlien Bongers

Tien jaar geleden was ik als chirurg lid van een maatschap. Ik was verantwoordelijk voor de vernieuwing van de mammapoli, deed mee in het slopende dienstschema, was opleider en reisde in mijn vrije tijd de wereld rond om kinderen een betere toekomst te geven of congressen te bezoeken. Ik at op de gekste tijden, sliep wanneer het uitkwam en bij een zoveelste reizigersdiarree nam ik een antibioticakuur. Nu ben ik soms te zwak om mijn kind op te tillen, zijn er dagen dat ik nauwelijks kan denken, zijn mijn sociale contacten tot een minimum beperkt en volg ik een streng dieet. Na vele jaren van overuren, stress en onregelmatigheid heb ik door mijn beschadigde afweer mijn leven radicaal herzien.

Ons afweersysteem beschermt het lichaam tegen bedreigingen van de buitenwereld. Huid en slijmvliezen van bijvoorbeeld neus en darmen zijn, net als het immuunsysteem, onderdeel van onze fysieke afweer. De laatste jaren is duidelijk geworden dat het voor een goed functionerende fysieke afweer belangrijk is dat je de goede micro-organismen uit de buitenwereld, bijvoorbeeld op je huid en in je darmen, koestert.
Het immuunsysteem is een systeem van klieren en cellen die ‘niet-zelf’ herkennen als lichaamsvreemd (antigeen), waarna de juiste cellen worden gerekruteerd om een adequate afweerreactie te genereren. Om de hele cascade niet uit de hand te laten lopen, zorgt het immuunsysteem er ook voor dat het proces uiteindelijk weer wordt afgezwakt door bijvoorbeeld de afgifte van cortisol.

‘… een systeem van klieren en cellen die
‘niet-zelf’ herkennen als lichaamsvreemd…’

Alle cellen van het immuunsysteem komen voort uit de stamcellen in het beenmerg en zijn dus aangeboren. Ze zijn onderverdeeld in leukocyten en lymfocyten. Uit de stamcellen in het beenmerg komen overigens ook de rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (trombocyten) voort. Leukocyten zijn er met korrels (granulocyten) en zonder korrels (monocyten en macrofagen). Van de groep met korrels komen neutrofielen het meest voor. Zij komen als eerste en massaal in actie bij iedere bedreiging van het lichaam en zijn bijvoorbeeld bij het herstel van wondjes bijzonder nuttig. Hun levensduur is beperkt tot slechts één à twee dagen. Door hun weinig specifieke aanpak kunnen ze echter ook weefselschade verergeren zoals bijvoorbeeld bij een hartinfarct. Monocyten verplaatsen zich na ongeveer twee dagen vanuit het bloed naar de weefsels en gaan dan macrofagen heten. Deze macrofagen hebben een herinnering aan eventuele lichaamsvreemde stoffen en helpen bij een volgend contact met deze stoffen het immuunsysteem om ze op te ruimen (fagocytose).

Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50