Appelkanker

26 oktober 2020

Door Karlien Bongers

Op deze herfstochtend zit ik buiten op ons terras in mijn eentje gewoon maar wat gelukkig te zijn.
De vroege zon schijnt nevelige banen op de appelboom. Tussen het nog groene blad kleuren de appels geel en rood. Onze nieuwe huisgenoot snuffelt met haar natte hondenneus in de aarde tussen het gras onder de boom. Het gazon heeft zich nog niet volledig hersteld op de plek waar we onze kat hebben begraven.

Wat is er veel gebeurd in de afgelopen jaren. Niet alleen fysiek en emotioneel maar ook mentaal en spiritueel, hebben we ‘bloed, zweet en tranen’ ingezet om ons thuis te vormen zoals het nu is.
Toen we drie zomers geleden ons nieuwe huis betrokken, stond ingebed tussen bemoste stoeptegels en de verschraalde coniferenhaag een oude appelboom. We hadden het zo druk met opknappen, verhuizen en aarden dat we geen oog hadden voor de planten en bomen in onze tuin. Het jaar daarop harkten we de aarde aan de voet van de appelboom en plantten wat zomerbloeiers. Hoewel we frequent water gaven, verdorden de bloeiers en verloor de boom al in de zomer geelbruine bladeren. Die herfst hingen er slechts twee appels aan zijn takken. Tijdens de wintersnoei zagen we op diverse takken aan hun uiteinde kleine rode bolletjes. Dokter internet wist het antwoord: appelkanker veroorzaakt door de schimmel Neonectria ditissima. Rigoureus snoeiden we alle aangetaste takken weg. Er bleef een mager houten skelet over.

Het jaar daarop maakten het woon- en werkhuis flinke vorderingen en werd het tijd om de tuin aan te pakken. Om geen gedoe met buren te krijgen, lieten we het kadaster komen die ons enkele meters tuin erbij gaf. Ruimte genoeg voor een riante tuinschuur, fietsenschuur en overkapte louncheplek. Alleen die oude appelboom kon niet blijven waar hij was. Een lokale kleine graafmachine verwijderde niet alleen de grote stenen en de oude coniferen maar tilde ook voorzichtig de appelboom uit de aarde en legde hem op zijn zijkantje op het gras. Zijn wortels werden beschermd met jute zakken en een net. Braaf gaven we het jute iedere dag water. In de lente groeide de schuur, net als een paar kleine groene takjes en wat bloesempjes aan de appelboom. In de zomer was het bouwen klaar, maar de tijd niet geschikt om een boom in de aarde te zetten. Dus bracht de boom liggend de zomer door. In de nazomer mocht hij met zijn wortels weer in de aarde. Die herfst hadden we geen appels. Wintersnoei was niet nodig. De boom was niet in staat geweest echte takken te maken. We vroegen ons af of hij zijn avontuur überhaupt zou overleven.
Deze lente barstte de boom in overweldigend bloeien uit. In de coronamaanden thuis genoten we van de schaduw van zijn weelderige bladerdak. Deze herfst zijn de appels niet te tellen.

De dauw stoomt op de muur van het werkhuis. Ik loop naar de tuinschuur om de snoeischaar en een mand te pakken. Voorzichtig, om geen onnodige schade toe te brengen aan de boom, knip ik de rijpe appels van hun steeltje. We kunnen onmogelijk al die appels bewaren om zo iedere dag zijn gezonde flavonoïden binnen te krijgen.1 Ik ruim mijn tuingerei op en loop naar de keuken. Appelmoes kun je invriezen en weggeven. Gelukkig hoeven we deze appels niet te schillen.

Meer informatie:
www.karlienbongers.nl

Bronvermelding:

  1. Tu SH, Chen LC, Ho YS. An apple a day to prevent cancer formation: Reducing cancer risk with flavonoids. J Food Drug Anal. 2017;25(1):119-124.