Bindweefsel als superorgaan

10 juni 2011

Door: Gert E. Schuitemaker/span>

Kanteling van een visie

De complementaire geneeskunde is een terrein met voor elk wat wils, zo lijkt het. Homeopathie, acupunctuur, orthomoleculaire geneeskunde, natuurgeneeskunde en biofysische geneeskunde
(‘bioresonantie’) zijn de bekendste uitingsvormen. De meeste complementaire behandelaars beperken zich echter tot één of twee aanpakken. Ze zijn bijvoorbeeld goed thuis in de homeopathie of biofysische geneeskunde, maar weten daarentegen weinig van de orthomoleculaire geneeskunde. Terwijl deze op het oog verschillende grootheden zich zo eenvoudig laten verbinden. En wel door het bindweefsel, een onderschat superorgaan.

Het bindweefsel omvat ongeveer éénvijfde van het totale lichaamsvolume. Het bevat alle bloedvaten, zenuwen en lymfvaten en vormt daarmee het toevoersysteem voor alle cellulaire processen. Het bindweefsel is niets minder dan uw interne communicatie- en transportsysteem.

Laat ik voor het juiste begrip eens een metafoor gebruiken: de steden (organen) kunnen niets wanneer het land eromheen (bindweefsel) niet in orde is. Het hart is uitermate belangrijk voor de rest van het lichaam. Maar als er geen transport plaatsvindt naar het hart toe van voedingsstoffen en evenmin afvalstoffen uit het hart worden afgevoerd, houdt het op. Wanneer dit niet in orde is, zal het hart steeds slechter functioneren en op gegeven moment ermee ophouden. En dit is afhankelijk van de kwaliteit van het los bindweefsel dat zich bevindt tussen de organen.

Het complete artikel leest u vanaf pagina 33 in VNGK 4/11.