De genezende werking van ‘inclusief denken’

13 december 2011

Door: Elly Verblaauw

Een gelegenheidsdiagnose wordt gesteld wanneer een specialist de symptomen het meest bij zijn of haar specialisme vindt passen. Als dit denkkader tegelijkertijd het werkkader wordt, dan is alles duidelijk en worden er geen vragen meer gesteld. Er is geen ruimte voor twijfel. Sterker nog, er is sprake van geruststelling. Bij de specialist, maar ook bij mij. We weten nu immers wat er aan de hand is, hoe vervelend dat ook is. We hebben een houvast, we hebben iets van controle.

Ook ik wilde dit en ik had me afhankelijk kunnen maken van farmaceutische middelen, die als een ‘lucky shot’ een tijdelijke positieve werking kunnen hebben. Wanneer ik er achteraf op terugkijk, word me duidelijk dat ik testen heb ondergaan om deze geruststelling ‘wetenschappelijk’ te kunnen onderbouwen. Het kon hiermee als vaststaand en als een feit worden vastgesteld. Er kwam een gelegenheidsdiagnose (dat weet ik achteraf) en dit heeft de specialist, en ook mij, een gevoel van zekerheid gegeven.

Het met wetenschappelijke informatie onderbouwde dossier is door de jaren heen een eigen leven gaan leiden en niemand heeft ooit de oorspronkelijk gestelde diagnose in twijfel getrokken. Dit type dossier heeft immers de neiging om een ‘aureool van heiligheid’ om zich heen te krijgen.

De volledige column vind u op pagina 9 van VNGK 1/12.