De innerlijke zon

7 juni 2012

Door: Elly Verblaauw

Er valt veel te leren van de mensen die aan de andere kant van de samenleving leven. Daar waar sprake is van financiële armoede en van het volledig ontbreken van decorum. Aan schijn valt er immers niets meer op te houden, er is gewoonweg niets om te verbloemen. Dan toont het leven zich ook rauw, ruw en vooral kwetsbaar. In een bepaald opzicht zoals het leven is.

De afgelopen maanden had ik het voorrecht om enige tijd in deze andere kant te vertoeven. Ik liep mee met de wijkzuster. Een integrale denker en werker die in relatie met de ander verbanden legt met instanties en diensten die op dat moment dringend nodig zijn. Er wordt een lijntje gelegd. Niet meer en niet minder. Er wordt niets overgenomen. Om het beeldend te zeggen: de deur wordt op een kier gezet en de ander kan naar binnen stappen, in eigen tijd en tempo. Soms gebeurt er niets zichtbaars, maar in meerderheid van de situaties komt er wel beweging op gang. Zonder druk of dwang. En dit is meestal de prangende vraag, hoe komt er beweging op gang?

‘Wat is het geheim van de wijkzusters …’

Wat is het geheim van de wijkzusters, wat doen zij anders, vroeg ik mij af. Wat maakt dat het hun lukt om het – in de ogen van sommigen – onmogelijke mogelijk te maken. Kortom: wat is hun werking?

Wandelschoenen aan en rugzak op, zo was ik op pad. Ik heb hun wijze van communiceren ervaren, hun gesproken en niet gesproken taal, de lichaamshouding, hun benaderingswijze en hun zijn.

‘De klankkleur van de stem
wordt zachter en helder…’

Mij werd een unieke inkijk gegund in een werkwijze die gebruik maakt van drie eenvoudige ingrediënten: tijd, ruimte en aandacht. Tijd voor het contact met de ander. Ruimte om zelf te bepalen wat prioriteit heeft en wat later kan. Aandacht voor de mens en zijn of haar verhaal. Deze drie hebben ook betekenis voor de wijkzuster zelf. Tijd gaat samen met rust van binnen en houdt de haast weg. Ruimte houdt het denken beweeglijk en maakt het minder bevattelijk voor oordelen. Aandacht naar buiten is waarachtig door de aandacht die er is voor het eigen binnen.

Deze uiterlijke instrumenten tijd, ruimte en aandacht, krijgen een grotere zeggingskracht in de mate waarin ze afgestemd zijn op het binnen van de wijkzuster. Ik was erbij. De klankkleur van de stem wordt zachter en helder, woorden komen voort uit stilte in plaats van uit gedachteconstructen. Zelfs datgene wat gezegd diende te worden, duidelijke taal zonder misverstand, krijgt een toon waardoor de ander het kan aanvaarden. Het is een frequentie van mens tot mens. Er daar valt niet aan te ontkomen, ik werd er onderdeel van.

‘…om vervolgens van binnenuit te schijnen.’

Het werken dat zo met binnen verbonden wordt, spreekt woordeloos uit dat het verhaal van deze ene persoon zomaar het eigen verhaal had kunnen zijn. Op dit voelbare ontmoetingspunt waarin de een nabij is en de ander zich gezien en gehoord weet, ontstaat het wezenlijke ‘ik doe ertoe’. De innerlijke zon kan doorbreken. Ik heb de mensen zien stralen en ogen voorzichtig zien glimmen. Het brengt beweging van binnenuit op gang, een besef dat de situatie wel kan veranderen.

Tijdens mijn wandelen ontdek ik hoe we verblind kunnen raken door de uiterlijke zon, de stralende buitenkant, de vele glimmende materiële verleidingen, het gele goud, de uiterlijke schijn. We kunnen er zo aan hangen dat we de tegenhanger vergeten, onze eigen innerlijke zon. In een wereld waar de schone schijn geen ruimte heeft, doe ook ik een herontdekking.

Mocht je binnenkort heerlijk op je gemak in de zon zitten, laat je dan verwarmen en opladen om vervolgens van binnenuit te schijnen. Doe ertoe!