De pijnlijke gespletenheid van het leven

10 juni 2016

Door: Rinus van Warven

Als de zon schijnt,’ zong Robert Long, ‘lijkt de wereld stukken beter, maar de rottigheid gaat onverminderd voort. Het onrecht en bedrog wijken voor het zonlicht toch geen centimeter.’ Deze tekst heeft me de hele maandagochtend beziggehouden. Halfnegen ’s morgens, de zon brak al vroeg in de ochtend door. Ik was op weg naar de supermarkt waar ze tegenwoordig ook van die goudeerlijke biobroodjes verkopen.

‘Jonge mensen raken het goede perspectief
op zichzelf en op de wereld kwijt.’

Ik bots tegen een vriendin op die jarenlang docent levensbeschouwelijke vorming is geweest, maar boventallig werd en daardoor al een paar jaar baanloos is. Na een stamelend ‘goedemorgen’– ze is in de ochtend kennelijk nog niet in voor een bio-hug en een eco-knuf – vraag ik haar of het klopt dat ze niet zo vrolijk kijkt. ‘Dat heb je goed gezien,’ terwijl er toch een milde glim op haar lippen verschijnt, maar onmiddellijk betrekt haar gezicht weer, ‘een van mijn jongens in het asielcentrum heeft er een eind aan gemaakt. Het raakt me zo dat er weer eentje het niet heeft gered. Jonge mensen raken het goede perspectief op zichzelf en op de wereld kwijt.’

‘Het maakt maar weer eens duidelijk hoe belangrijk het vak Levensbeschouwing eigenlijk is,’ hoor ik mezelf veel te vlot zeggen. Terwijl ik me afvraag of ik met die opmerking niet over haar heen ben gewalst, voelt ze zich kennelijk toch door me gezien, want… ‘Nou en of, levensbeschouwing gaat over hoe mensen zichzelf zien. Als we hem toch iets mee hadden kunnen geven van het Licht dat hij was.’ Ik realiseer me in dat ene moment hoe wezenlijk het is om een brug te bouwen tussen de soms zinloze werkelijkheid van alledag en een betekenisvolle wereld waarin ruimte is voor Liefde, Licht, Lucht en Leven. ‘Maar ja,’ zong Long, ‘ook bij mooi weer zijn hebzucht en verdriet helaas niet belangrijk minder.’ Ik krijg in mijn hoofd de kloof niet gedicht, ik krijg de brug niet gebouwd. Ik weet ook even niet wat ik tegen haar moet zeggen.

En dan helpt ze mij. ‘Maar joh, niet alleen levensbeschouwing is belangrijk. Weet je wat Jung ooit heeft gezegd? ‘Het onbewuste is misschien wel het allerbelangrijkste op de wereld; dat is de plek waar mensen de meest wezenlijke beslissingen nemen in hun leven.’ In dat onbewuste krijgen mensen tal van beelden aangereikt over wie ze zijn en wat ze kunnen doen met hun leven.’ Deze kwieke hulpverlener staat even mooi met zijn mond vol tanden op de vroege maandagochtend. Niks bio-hugs, niks eco-knufs, bruggen moeten er gebouwd worden. Ik wil de wereld niet langer ervaren als een spel van tegenstellingen. Het verlamt me als ik de wereld alleen maar kan zien als een werkelijkheid die uit opposities bestaat: man-vrouw, arm-rijk, licht-donker, actief-passief. Ik heb een brug nodig die me helpt om de breuk te helen.

‘…een brug te bouwen tussen de soms zinloze werkelijkheid
van alledag en een betekenisvolle wereld…’

Terug naar huis. ‘Google maar eens op het onbewuste bij Jung,’ roept ze me nog na. Maar wat heb ik deze ochtend nou voor haar betekend? Had ik haar niet moeten troosten? Ik denk eigenlijk niet dat ze me dat toe had gestaan. Juist niet op zo’n zonovergoten, maar rauwe maandagmorgen. Ik google. ‘Het onbewuste kan ons helpen,’ lees ik over ene Carl Gustav Jung, ‘om de pijnlijke gespletenheid in ons leven op te heffen. Het onbewuste staat boven de behoefte om de wereld in pijnlijke tegenstellingen te ordenen.’ Ik dacht dat ik – na al die tientallen lessen die ik tal van studenten heb gegeven – Carl Gustav zo langzamerhand wel in de pocket had. ‘Pff, mafkees,’ hoor ik me zelf zeggen, ‘het duurt nog wel even voor je die brug gebouwd hebt.’ Een troost. Het begin is er. En dat allemaal op die zonnige maandag.

Meer informatie: www.rinusvanwarven.nl