Hoeveel maal daags?

12 juni 2017

Door: Jan Blaauw

Juist als je denkt dat dingen vanzelfsprekend zijn, worden we wakker geschud. Op zijn tijd is dat voor iedere behandelaar van onschatbare waarde, om maar niet in stokpaardjes en vrijblijvendheden te belanden.

Enige tijd geleden vernam ik via de radio dat een groot percentage van de ondervraagden in de stad Eindhoven – daar waar een proef met de vraag over doseringen had plaatsgevonden – niet wist wat het advies ‘3 maal daags innemen’ betekende. Verbazingwekkend, want we nemen als voorschrijvers van supplementen (dit ging over medicijnen) aan dat onze patiënten en cliënten dit wel zullen begrijpen. Gek genoeg kwam ik deze probleemstelling ook op een scholierenforum tegen. Vervelend was wel dat de vraagsteller als een nitwit werd weggezet.

De boodschap is dus dat we niet moeten aannemen dat deze doseringsadviezen als vanzelfsprekend mogen worden aangenomen. En dat communicatie over het hoe, wat en wanneer wát ingenomen moet worden een goede zaak is. Mijn patiënten krijgen tekst en uitleg bij alles wat ze krijgen voorgeschreven: wanneer en hoe moet je het innemen, hoeveel keer per dag, verdeeld of niet, in aantal dagen dosering opbouwen of niet, wel of niet met elkaar. Maar vooral ook wat een middel voor bijdrage kan leveren in de verbetering van de situatie.

‘…dat we niet moeten aannemen dat deze doseringsadviezen
als vanzelfsprekend mogen worden aangenomen.’

Als ik iets geleerd heb in de ruim 30-jarige praktijk is het wel het cliché: ‘iedereen is verschillend’! En ja, dat klopt als een bus. Zeker als je kijkt naar de behoefte van doseringen die voorgeschreven kunnen worden. Leidend hierbij is dat je kijkt naar iemands energiepeil. Hoeveel kan iemand aan met de soms beperkte energie die het lichaam ter beschikking heeft? Als je dan werkt met hoge doseringen en tien middelen op een rij inzet, zorgt dat voor een pittige overbelasting van het systeem. Met een grote kans dat de patiënt na twee dagen opbelt met de mededeling dat hij/zij zich nog nooit zo slecht heeft gevoeld en dat het alleen maar slechter gaat. Een beginneling denkt dan: ‘dat is een goed teken, dat zijn allemaal ontgiftingssymptomen. Dus het komt wel goed.’ Niet dus, deze patiënt raak je kwijt met het verwijt dat de behandeling niets heeft geholpen en jouw therapie of geneeswijze waardeloos is.

Dit fenomeen van niet hoog en veel doseren zullen we ook tegenkomen bij de ouder wordende mens. En aangezien we te maken hebben met een vergrijzende maatschappij zal dit zich meer en meer openbaren. Dit is een gegeven dat zich vanuit de ayurvedische kennis ook mooi laat vertalen. Naarmate we ouder worden zal op een gegeven moment de vata-dosha zich meer manifesteren (sneller vermoeid, gevoelige spijsvertering, slechter tegen koffie kunnen, lichter slapen, behoefte aan kleinere maaltijden en warm eten, behoefte aan regelmaat). De orthomoleculaire geneeskunde kan hier veel van opsteken, want de algemene ‘one size fits all’ gaat hier niet op als het gaat om een eenheidsaanpak vanuit protocollair handelen.

We kennen allemaal wel de vademecums met rijtjes middelen en doseringen die gegeven kunnen worden. Maar als het om de oudere mens gaat, kunnen deze achterwege blijven. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de begeleidende slikklachten, spijsverteringsproblemen, de mogelijke interacties met vaak meer dan vijf voorgeschreven medicijnen en de daarbij horende al dan niet bestaande ziekten. Een bekend Amerikaans medisch adagium is dat bij gebruik van meer dan vijf medicijnen er altijd sprake is van bijwerkingen! Niet ondenkbaar is dat dit ook al kan optreden bij één medicijn.

Binnen de medische basiskennis hebben we allemaal een deel farmacologie gehad, maar dit is redelijk algemeen. Weet jij hoe dit verhaal opgaat met de curcumine die je voorschrijft of de vitamine B3 in relatie met de interactie voeding, medicijnen en andere voedingssupplementen en kruiden? We kunnen nog veel leren over doseringen.