Zin geven

16 december 2019

Door Karlien Bongers

We rijden naar school op een grijze dinsdagochtend in oktober. Door de voorruit zien we een vuilnisauto met heel veel modder. ‘Waarom is die zo vies mam?’, hoor ik vanuit het kinderstoeltje. ‘Nou’, antwoord ik, ‘hij heeft vast net over een weg gereden waar trekkers met kolen hebben gereden’. Het blijft stil. Mijn woorden klinken na in mijn hoofd en ik realiseer me wat ik net heb gezegd. ‘Jij denkt natuurlijk aan de zwarte kolen voor de stoomtrein en ik denk aan groene kool en rode kool.’ ‘Ja’, klinkt het enthousiast van de achterbank, ’ik denk aan bruine en blauwe kolen’.

Net als alle andere kleine kinderen denkt mijn jochie van vier in beelden. Later, als kinderen groot worden en ze naast leren lezen en schrijven, leren hoe ze niet uit de groep vallen, worden de beelden vervangen door woorden. Hun linkerhersenhelft gaat hun leven domineren, waardoor ze taalvaardig worden, kunnen plannen en organiseren en hun emoties onderdrukken. Hun wilde, ongeorganiseerde, intuïtieve rechterhersenhelft wordt naar de achtergrond verdrongen, waardoor ze inleveren op creativiteit, flexibiliteit en vertrouwen op hun gevoel. Tenzij er ‘iets mis’ is gegaan. Dan blijft het creatieve rechterbrein dominant en krijgen kinderen niet alleen problemen met lezen maar ook met concentratie, focussen en aanpassing. Ze heten dan dyslectisch, hebben AD(H)D of sociale problemen, omdat ze te impulsief en/of te vindingrijk zijn.

Ik ben een beelddenker. Geef me een woord en ik zie een plaatje. Gelukkig houd ik ook van taal. Als kind was ik al verzot op lezen en bij het schrijven ‘proef’ ik woorden om ze te ‘voelen’. Als mijn oordelend brein me niet te veel in de weg zit, komen in spreek- en schrijftaal de ‘juiste’ woorden vanzelf. Vaak ben ik zelf verbaasd over wat ik zeg of heb opgeschreven. Zo niet tijdens mijn opleiding tot Pampamesayok oftewel Inca-sjamaan. Mijn medeleerlingen zagen prachtige plaatjes van regenbogen, wervelende dolfijnen en wegschietende sterren en beleefden fantastische avonturen met waternimfen en de bewakers van onder- en bovenwereld. Dat had ik niet. Soms zag ik kortstondig droomachtige beelden, soms draden, soms afdrukken van vogels en meestal niets. Na de initiaties had ik geen woorden, want er was ‘niets’ om te vertellen. Omdat mijn ervaringen zo anders waren dan van mijn medestudenten begon ik te twijfelen aan mijn capaciteiten. Totdat ik begon te werken met ‘klanten’. In healings doe ik wat me geleerd is, zie nauwelijks iets, heb geen woorden en gebeurt er van alles bij degene die ik behandel. Uitleggen of begrijpen kan ik het niet. Ik kan het alleen ervaren. Daar wordt mijn talige brein onzeker van.

Door de opleiding Soul Realignment practitioner heb ik een mogelijkheid gevonden mijn beide hersenhelften te gebruiken voor mensen die heling zoeken. Voor een Soul Realignment namelijk, zoek je de zilveren draad van je klant in de zogenaamde Akasha-kronieken, het energetisch tapijt waar alles wat er ooit gebeurt, is opgeslagen. Volgens een vast protocol ontdek je de blauwdruk van de ziel, waar de ziel blij van wordt en verwijder je eventuele belemmeringen. In een persoonlijk gesprek vertel je wat je hebt gevonden en geef je praktische handvatten om het leven meer kloppend te maken met wie je bent en wat je wilt op zielsniveau.
Hiermee geef ik woorden aan niet-talige ervaringen die, zoals ik begrijp, zin blijken te geven.

Meer informatie: www.karlienbongers.nl