Hoe verbind je complementaire en reguliere zorg?

19 oktober 2015

Door: Els Smits

In januari dit jaar publiceerde het Van Praag Instituut samen met het Louis Bolk Instituut een Nederlandse inventarisatie van complementaire zorg in ziekenhuizen, verpleeghuizen en GGZ-instellingen. De studie brengt in kaart wat reguliere zorginstellingen aan complementaire zorg bieden en welke behoeften de zorgpraktijk heeft voor implementatie en onderzoek. Martine Busch, directeur van het Van Praag Instituut, loopt over van de ideeën voor een verdere inbedding van complementaire zorg in de reguliere setting, maar denkt vooral na over hoe je dat strategisch aan kunt pakken. De combinatie van enthousiasme en nuchterheid maakt haar een bijzonder inspirerend persoon. Verbinden in de zorg, hoe doe je dat nou?

Het Van Praag Instituut in Utrecht fungeert als kenniscentrum en verzorgt dienstverlening aan zorginstellingen op het gebied van integrative medicine en complementaire zorg. Een belangrijke tak van werk is het organiseren van cursussen, studiedagen en workshops in onder andere therapeutic touch. Therapeutic touch (TT) is ontwikkeld door verpleegkundigen in de VS en daarom heel verpleegkundig uitgewerkt. Het is onderscheidend van de normale, instrumentele en vaak pijnlijke aanraking door verpleegkundigen. Want die verzorgen wonden, wassen of tillen iemand met pijn of geven injecties. TT daarentegen is een subtiele aanraking, die niet instrumenteel en wel prettig is; warme, aandachtige zorg.

 

Meer informatie: www.vanpraaginstituut.nl, hier kun je ook het rapport ‘Complementaire zorg in ziekenhuizen, verpleeghuizen en GGZ-instellingen’ downloaden.

Lees het gehele artikel vanaf pagina 10 in het VNGK 6/15.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.