Homeopathie en hoge verdunningen

26 augustus 2019

Door Elke Wisseborn

Hoe komt het dat homeopathische middelen werken als er ‘niks’ inzit? Een vraag die waarschijnlijk iedere natuurgeneeskundig therapeut of homeopaat bekend voorkomt. De hoge verdunningen waarmee gewerkt wordt in de homeopathie zorgen voor zowel euforie als hoon. Eveneens bestaat er controverse in de medische wereld over de wetenschappelijke onderbouwing van de homeopathie. Dit artikel schetst een overzicht van mogelijke werkingsmechanismen van homeopathische middelen. Het is gebaseerd op een literatuurstudie naar de natuur- en scheikundige verklaringsmodellen van hoge potenties.

Even het geheugen opfrissen: hoe wordt een homeopathisch middel gemaakt? Om zo mild mogelijk te genezen, werkt een homeopaat met de laagst mogelijke dosis. Om deze minimale dosis te verkrijgen, wordt een uitgangsstof verwreven met melksuiker. Als basis dienen planten, dierlijke materialen of mineralen, maar ook stoffen als hormonen of moedermelk kunnen gebruikt worden. Na het verwrijven wordt het mengsel stapsgewijs verdund. Bij iedere verdunningsstap wordt de vloeistof krachtig geschud. Zo neemt een middel in geneeskracht (potentie) toe, terwijl de concentratie van de uitgangsstof steeds lager wordt. In veel gevallen bevatten middelen helemaal geen moleculen meer. Dit zijn de zogenaamde ultramoleculaire oplossingen, ook wel hoge potenties genoemd.

Als er geen moleculen van de werkzame stof meer in zitten, wat zit er dan wel in een hoge potentie? Deze vraag is nog lang niet volledig beantwoord. Het huidige bewijs stelt dat de structuur van water en de daarin opgeloste stoffen een fundamentele rol spelen.1 Hier bestaan verschillende aannames en theorieën over, met ieder sterke en zwakke punten; geen van allen is volledig overtuigend. Geen enkele theorie kan namelijk alle resultaten die uit proeven zijn gekomen verklaren of omvatten. Daarnaast bestaat er geen overeenstemming over welke onderzoeksmethoden geschikt zijn om de werking van hoogverdunde homeopathische middelen te onderzoeken.2

Lees het gehele artikel vanaf pagina 32 in het VNIG 5/19.

Wilt u het gehele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50

Bronvermelding:

  1. Paolo Bellavite, Marzotto, Olioso, Moratti, & Conforti, 2014) Bellavite, P., Marzotto, M., Olioso, D., Moratti, E., & Conforti, A. (2014b). High-dilution effects revisited. 2. Pharmacodynamic mechanisms. Homeopathy. The Journal of the Faculty of Homeopathy, 103(1), 22–43.
  2. Baumgartner, S. (2014). Basic research in homeopathy – the current state of affairs Open scientific questions regarding homeopathy. Stichting VHAN Utrecht , April 9 , 2014.
  3. Bell, I. R., Ives, J. A., & Jonas, W. B. (2014). Nonlinear effects of nanoparticles: biological variability from hormetic doses, small particle sizes, and dynamic adaptive interactions. Dose-Response : A Publication of International Hormesis Society, 12(2), 202–32.
  4. Chikramane, Prashant S., Kalita, Dhrubajyoti, Suresh, Akkihebbal K., Kane, Shantaram G., Bellare, Jayesh R. Why Extreme Dilutions Reach Non-zero Asymptotes: A Nanoparticulate Hypothesis Based on Froth Flotation. Langmuir 2012 v.28 no.45 pp. 15864-15875
  5. Chikramane PS , Suresh AK , Bellare JR , Kane SG. Extreme homeopathic dilutions retain starting materials: A nanoparticulate perspective. Homeopathy : the Journal of the Faculty of Homeopathy [01 Oct 2010, 99(4):231-242
  6. Anick, D. J., & Ives, J. A. (2007). The silica hypothesis for homeopathy: physical chemistry. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 96(3), 189–95.
  7. Benveniste, J., & Guillonnet, D. (2004). QED and digital biology. Rivista Di Biologia, 97(1), 169–72.
  8. Endler, P. C., & Schulte, J. (Eds.). (1994). Ultra High Dilution. Dordrecht: Springer Netherlands. doi:10.1007/978-94-015-8342-8
  9. Weber, S., Endler, P. C., Welles, S. U., Suanjak-Traidl, E., Scherer-Pongratz, W., Frass, M., … Lothaller, H. (2008). The effect of homeopathically prepared thyroxine on highland frogs: influence of electromagnetic fields. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 97(1), 3–9. doi:10.1016/j.homp.2007.11.002
  10. Demangeat, J.-L. (2013). Nanosized solvent superstructures in ultramolecular aqueous dilutions: twenty years’ research using water proton NMR relaxation. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 102(2), 87–105.
  11. Becker-Witt, C., Weisshuhn, T. E. R., Lüdtke, R., & Willich, S. N. (2003). Quality assessment of physical research in homeopathy. Journal of Alternative and Complementary Medicine (New York, N.Y.), 9(1), 113–32. doi:10.1089/107555303321222991
  12. Sukul, A., Sarkar, P., Sinhababu, S., & Sukul, N. (2000). Altered solution structure of alcoholic medium of potentized Nux vomica underlies its antialcoholic effect. British Homoeopathic Journal, 89(2), 73–77.
  13. Mastrangelo, D. (2007). Hormesis, epitaxy, the structure of liquid water, and the science of homeopathy. Medical Science Monitor : International Medical Journal of Experimental and Clinical Research, 13(1), SR1–R8.
  14. Rao, M. L., Roy, R., Bell, I. R., & Hoover, R. (2007). The defining role of structure (including epitaxy) in the plausibility of homeopathy. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 96(3), 175–82. doi:10.1016/j.homp.2007.03.009
  15. Bellavite, P., Conforti, A., Marzotto, M., Magnani, P., Cristofoletti, M., Olioso, D., & Zanolin, M. E. (2012). Testing homeopathy in mouse emotional response models: pooled data analysis of two series of studies. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine : eCAM, 2012, 954374. doi:10.1155/2012/954374
  16. Bellavite, P., Magnani, P., Zanolin, E., & Conforti, A. (2011). Homeopathic Doses of Gelsemium sempervirens Improve the Behavior of Mice in Response to Novel Environments. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine : eCAM, 2011, 362517. doi:10.1093/ecam/nep139
  17. Chirumbolo, S., Brizzi, M., Ortolani, R., Vella, A., & Bellavite, P. (2009). Inhibition of CD203c membrane up-regulation in human basophils by high dilutions of histamine: A controlled replication study. Inflammation Research, 58(11), 755–764. doi:10.1007/s00011-009-0044-4
  18. Davenas, E., Poitevin, B., & Benveniste, J. (1987). Effect of mouse peritoneal macrophages of orally administered very high dilutions of silica. European Journal of Pharmacology, 135(3), 313–9.
  19. Oberbaum, M., Weisman, Z., Kalinkovich, A., & Bentwich, Z. (1997). Healing Chronic Wounds Performed on Mouse Ears Using Silica (SiO2) AS A Homeopathic Remedy. In M. Bastide (Ed.), Signals and Images (pp. 191–200). Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.
  20. Relaix, S., Leheny, R. L., Reven, L., & Sutton, M. (2011). Memory effect in composites of liquid crystal and silica aerosil. Physical Review. E, Statistical, Nonlinear, and Soft Matter Physics, 84(6 Pt 1), 061705.
  21. Baca, H. K., Carnes, E. C., Ashley, C. E., Lopez, D. M., Douthit, C., Karlin, S., & Brinker, C. J. (2011). Cell-directed-assembly: directing the formation of nano/bio interfaces and architectures with living cells. Biochimica et Biophysica Acta, 1810(3), 259–67. doi:10.1016/j.bbagen.2010.09.005
  22. Kaehr, B., Townson, J. L., Kalinich, R. M., Awad, Y. H., Swartzentruber, B. S., Dunphy, D. R., & Brinker, C. J. (2012). Cellular complexity captured in durable silica biocomposites. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 109(43), 17336–41. doi:10.1073/pnas.1205816109
  23. Khripin, C. Y., Pristinski, D., Dunphy, D. R., Brinker, C. J., & Kaehr, B. (2011). Protein-directed assembly of arbitrary three-dimensional nanoporous silica architectures. ACS Nano, 5(2), 1401–9. doi:10.1021/nn1031774
  24. Elia, V., Marrari, L. A., & Napoli, E. (2012). Aqueous nanostructures in water induced by electromagnetic fields emitted by EDS: A conductometric study of fullerene and carbon nanotube EDS. Journal of Thermal Analysis and Calorimetry, 107(2), 843–851.
  25. Bellavite, P., & Signorini, A. (2002). The emerging science of homeopathy: complexity, biodynamics, and nanopharmacology (p. 422). Berkeley, California: North Atlantic Books.
  26. Davenas, E., Beauvais, F., Amara, J., Oberbaum, M., Robinzon, B., Miadonna, A., … Belon, P. (1988). Human basophil degranulation triggered by very dilute antiserum against IgE. Nature, 333(6176), 816–8. doi:10.1038/333816a0
  27. Magnani, P., Conforti, A., Zanolin, E., Marzotto, M., & Bellavite, P. (2010). Dose-effect study of Gelsemium sempervirens in high dilutions on anxiety-related responses in mice. Psychopharmacology, 210(4), 533–45. doi:10.1007/s00213-010-1855-2
  28. Milgrom, L. R. (2004). Patient-practitioner-remedy (PPR) entanglement. Part 6. Miasms revisited: non-linear quantum theory as a model for the homeopathic process. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 93(3), 154–8.
  29. Milgrom, L. R. (2005b). Patient-Practitioner-Remedy (PPR) entanglement, Part 8: ‘Laser-like’ action of the homeopathic therapeutic encounter as predicted by a gyroscopic metaphor for the vital force. Forschende Komplementärmedizin Und Klassische Naturheilkunde = Research in Complementary and Natural Classical Medicine, 12(4), 206–13. doi:10.1159/000087075
  30. Milgrom, L. R. (2006). Towards a new model of the homeopathic process based on quantum field theory. Forschende Komplementärmedizin (2006), 13(3), 174–83. doi:10.1159/000093662