CAM-geneeswijzen en huisartsen

5 februari 2013


Uit een onlangs gehouden onderzoek blijkt dat de kennis van huisartsen over CAM-geneeswijzen afhankelijk is van de persoonlijke interesse. Deze kennis is alleen aanwezig als ze zelf initiatief hebben genomen om zich erin te verdiepen. Huisartsen hebben in hun studie geneeskunde nauwelijks kennis opgedaan over CAM-geneeswijzen. Verder heeft geen enkele huisarts het CAM-beroepsveld volledig in beeld.

Naast het ontbreken van kennis draagt het externe imago niet bij aan het doorverwijzen naar CAM-praktijken. Het beeld dat CAM-geneeswijzen onveilig zijn en dat CAM-therapeuten niet tijdig doorverwijzen, is bij veel huisartsen nu nog steeds een belangrijk argument om niet door te verwijzen naar CAM-genezers.

In de relatie tussen huisartsen en CAM-zorgverleners komen uit het onderzoek vier opvallende aspecten naar voren bij een doorverwijzing naar de CAM-geneeskunde: opleidingsniveau, de therapeut als persoon, terugkoppeling en al dan niet evidence based medicine.

Aangrijpingspunten voor strategieverandering zoals die uit het onderzoek naar voren komen, zijn:
• kennisvergroting bij huisartsen over CAM-geneeswijzen
• klantenparticipatie (de huisarts als toeleverancier en doorverwijzer van cliënten naar de CAM-praktijk)
• het samenvoegen van diensten (het dienstenpakket van de huisartsenpraktijk uitbreiden met CAM-behandelvormen) en
• het werken aan imago (het verbeteren van het imago voor CAM-geneeswijzen).

Het inleidende artikel over dit onderzoek verschijnt in het Vakblad voor de Natuurgeneeskundige nr. 2/13 die op 28 februari verschijnt. Volgende artikelen gaan dieper in op aangrijpingspunten voor strategieverandering: klantparticipatie, het integreren van diensten en imagoverbetering. Ook wordt kort ingegaan op strategieverandering in de CAM-praktijk.