Niks mis met wat hulp

17 oktober 2017

Gezondheid prijkt steevast bovenaan in lijstjes van wat mensen belangrijk vinden, boven geluk, financiële zekerheid en familie. Inmiddels weet ook iedereen wel wat wel en niet gezond is. Hoe verwonderlijk is het dan dat maar zo weinig mensen erin slagen een gezond leven te leiden? Een antwoord op die vraag formuleerde Denise de Ridder, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht, op verzoek van ZonMw. Zij schreef samen met haar collega Marleen Gillebaat over nudging en gedragsverandering in de publieke gezondheidszorg.

Denise schrijft in haar ZonMW-column: ‘Ik denk dat de meeste mensen wel oprecht zijn en gezondheid hoog in het vaandel hebben, maar het knap lastig vinden de daad bij het woord te voegen. Ze willen wel maar hebben toevallig wel iets anders aan hun hoofd, of ze hebben simpelweg geen energie om ongezonde verleidingen te weerstaan. In de psychologie is deze kloof tussen willen en doen zo ongeveer het belangrijkste leerstuk in onderzoek naar regulatie van gedrag.’

Inmiddels is dit inzicht breed doorgedrongen, getuige het recente rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ‘Weten is nog geen doen’. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid. ‘Het mag dus bekend worden verondersteld dat mensen best wat hulp kunnen gebruiken om hun goede voornemens in praktijk te brengen’, concludeert de Ridder. Er is niks mis met wat hulp.

De Ridder beschrijft in haar rapport het nut van nudges. Nudges zijn subtiele veranderingen in de omgeving die de gewenste keuze gemakkelijker maken, zonder de ongezonde keuze te verbieden. Nudges maken het mogelijk de kloof tussen willen en doen te overbruggen. Ze pleit voor het bredere gebruik van nudges in de gezondheidszorg.
Het rapport hierover is enige tijd geleden gepubliceerd en hier in te zien.

Bron
Mediator ZonMW, september 2017