Metabole interacties tussen reguliere en complementaire geneesmiddelen

2 april 2012

Door: D.H. Siem

Als therapeut behandel je in je praktijk een cliënt misschien met complementaire middelen. Mogelijk heeft deze cliënt al een bepaald medisch traject doorlopen alvorens hij of zij bij je komt. Vaak zal het gaan om cliënten met een chronische aandoening die al een traject met diverse behandelstrategieën achter de rug hebben. Zo kan het zijn dat je cliënt is ingesteld op regulier geneesmiddelgebruik.

In hoeverre houd je als therapeut rekening met de reguliere medicatie?
Het radicaal stopzetten van de reguliere middelen is meestal medisch gezien niet verantwoord en behoort daarom niet altijd tot de mogelijkheden. Je cliënt presenteert zich met een bepaald klachtenpatroon waarbij het niet altijd helder is of dit het gevolg is van de aandoening. Houd je er ook rekening mee dat er sprake kan zijn van een bijwerking van een van de geneesmiddelen die je cliënt gebruikt?
Doordat cliënten vaak op wel meer dan zes verschillende geneesmiddelen zijn ingesteld, ontstaat er soms een complex medicatiegebruik en zijn hoofd- en bijwerking dikwijls niet meer van elkaar te onderscheiden naast het reeds aanwezige klachtenpatroon voortkomend uit de aandoening zelf. Door de vele geneesmiddelcombinaties en een verminderde lever- of nierfunctie kan er zelfs sprake zijn van geneesmiddelvergiftiging als de combinatie van geneesmiddelen niet optimaal is.

Meer informatie:
www.huizerapotheek.nl

Lees het gehele artikel vanaf pagina 31 in het VNGK 3/12.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.