Rouwverwerking, een ommekeer in je leven

3 december 2012

Door: Irma Wagenvoort-Woestenenk

Vier jaar geleden overleed mijn man plotseling. Na een korte periode van depressiviteit besloot hij zelf een einde aan zijn leven te maken. Een verschrikkelijk ingrijpende gebeurtenis. Van de een op de andere dag was mijn leven niet meer gewoon. Alles wat goed was, wat zijn dagelijkse gang had, werd opeens ruw verstoord. De ochtend van zijn overlijden heb ik meegemaakt wat doodsangst is; hartkloppingen, gevoel van moeten bewegen, klamme handen, het zweet op de rug, vreselijke onrust, oren die dichtklappen. Op het moment dat het vermoeden waarheid werd, sloeg de doodsangst om in een overweldigende kracht. Een kracht van overleven. Mijn kinderen moesten het akelige nieuws horen en ik kon me bedenken hoe ik dit slechte nieuws zo duidelijk mogelijk over kon brengen aan hen. Er moesten veel dingen worden geregeld. Een gigantische stoot adrenaline vloog door mijn aderen, mijn spijsverteringskanaal, door alles!

‘Een kracht van overleven.’

Na de eerste periode van een opperste staat van paraatheid kwam het besef beetje bij beetje. Langzaamaan smolt de ijsklomp rond mijn hart. Het verdriet nam grote vormen aan. De ene keer meende ik de standaard van de fiets te horen, een andere keer rook ik zijn aftershave. Ik heb mijn man bij een begrafenis die ik bijwoonde zelfs ‘gezien’.

Diepe dalen werden zo doorleefd en de eerste dalen waren vreselijk. Ik had het gevoel aan een rotswand te hangen, waarbij het naar boven klimmen erg moeilijk was. Maar het lukte! Ik refereerde aan de kracht in de periode na het overlijden. Toen kon ik immers ook overleven, dan moest dat nu ook zeker lukken. Dit terugkijken gaf vertrouwen voor de toekomst. Dit vertrouwen zorgde ervoor dat ik me kon laten gaan in het verdriet.

‘… een andere keer rook ik zijn aftershave.’

Ik voelde mijn man nog in mijn leven. Dit kon het gevoel van een warme hand op mijn rug zijn of het gevoel dat er iemand achter mij stond. Door allerlei ‘wonderlijke’ voorvallen wist ik dat mijn man bij mij en de kinderen was. Dit gaf ook veel vertrouwen.

Ik besefte dat ik een keuze had. Een keuze om mij in het verdriet te wentelen of om het leven weer te gaan omarmen. Ik moest immers door voor de kinderen, maar nog meer wilde ik door voor mezelf. Toen ik die keuze had gemaakt, lachte het leven mij weer toe. Heel veel geluk op die prachtige ochtenden in mei, waar je het voorjaar ruikt en alles prachtig groen ontluikt. Het geluk om de kinderen die plezier hebben met vriendjes en vriendinnetjes. Maar ook een gevoel van rijkdom door de prachtige gesprekken met mijn kinderen of met lieve vriendinnen. Verdriet en geluk gaven elkaar vaak de hand.

Langzaam mocht ik het pad zien dat ik misschien wel bewandelen mocht. Als ik niets met de dood van mijn man zou doen, zou zijn dood voor niets zijn. Dit zette mij ertoe mijn ervaringen aan het papier toe te vertrouwen. Alle gevoelens, de mooie, de minder mooie, de akelige momenten van verdriet en eenzaamheid. Ik wil graag mijn boek volgend jaar gaan uitgeven. Alle diepe gevoelens van rouw worden verwoord en niets wordt mooier gemaakt dan het is.

‘…zou zijn dood voor niets zijn.’

Als ik nu boeken lees, komen daar vaak woorden in voor als: rouwproces, rouwtaken en rouwfasen. Ik zie het rouwen als een nieuw verbond van liefde. Ik heb een nieuwe verbinding aan moeten gaan met mijn man. Alles in een nieuw perspectief moeten zetten.

Over ruim een halfjaar ben ik klaar met de opleiding rouw- en verliesbegeleidster en hoop ik nog veel meer rouwende mensen te mogen begeleiden. Het offer was groot, maar wat heeft het mijn leven verrijkt!