Twee werelden in één ziekenhuis

13 februari 2014

Door: Lydia Kimman

‘Je hebt kanker’, zei de arts-assistent. Mijn vriendin M. schrikt en haar adem stokt. Geheel onbevangen ging ze die dag naar het ziekenhuis om de uitslag te vernemen van een verwijderde lymfeklier in haar hals. Tijdens de poliklinische behandeling was gezegd dat die bult waarschijnlijk niks bijzonders was, dat ze daarom de hele klier weghaalden, want dan was ze er meteen vanaf.
Haar stem klinkt vol tranen als ze me via de telefoon informeert. ‘Ik heb kanker, een trage vorm van non-hodgkin, krijg nog bloedonderzoek, een botpunctie en een CT-scan en dan gaan ze overleggen over een behandeling…’

Met toestemming van de arts-assistent neemt M. de gesprekken op die volgen om ze op een later moment nog eens rustig te beluisteren en te checken op shockmomenten. Ik vergezel haar naar de afspraken. We zien de scan en M. krijgt de keus: chemo-behandeling of afwachten, omdat ze zich vitaal voelt.

Ze kiest voor het laatste en gaat aan de slag met natuurgeneeskunde om de processen in haar lichaam te harmoniseren en met reïncarnatietherapie, om het shockmoment van de diagnose met de daaraan klevende onbewuste overtuigingen te neutraliseren. Bij elk bezoek benoemt M. haar pad. De specialist knikt en zwijgt. Na twee jaar zijn de klieren verschrompeld en de röntgenoloog vraagt zich af welke behandeling M. krijgt.

Nu toont de specialist belangstelling èn zegt in een adem dat deze ziekte ongeneeslijk is. We gaan een gesprek aan over innerlijke geneeskracht en programmeringen van de lichaamscellen. In het dossier schrijft hij: doet alternatieve therapie.

‘…de röntgenoloog vraagt zich af welke
behandeling M. krijgt.’

Het is zes jaar later als M., na een periode van stress, allerlei fysieke symptomen krijgt. Bloedonderzoek toont ontstekingen en degeneraties en de CT-scan toont een explosieve groei van lymfeklieren in haar hele lichaam. In het emotionele gesprek dat volgt, hoort ze het behandelprotocol en zegt de specialist dat met deze methode haar haar waarschijnlijk niet uitvalt. M. kiest voor de chemokuur.

Tijdens de eerste behandeling krijgt M. van het personeel voetmassage aangeboden en metalen plaatjes op de drukpunten van haar polsen tegen de misselijkheid. Haptonomie en acupunctuur komen ter sprake. Dit CAM-aanbod en de persoonlijke aandacht zijn een verademing voor M. en ze begint ontspannen aan de driewekelijkse behandelingen. Na de derde behandeling kan ze weer volop eten èn is de helft van haar volle haardos als pluizige bollen in een schoenendoos beland. De buitenlucht voelt koud op haar hoofdhuid. M. krijgt via het ziekenhuis een workshop aangeboden over zelfzorg, styling en make-up en heeft dikke pret. Ze maakt een afspraak met ‘een pruikenwinkel’ en de afgestemde verkoopster informeert uitgebreid en laat vele pruiken passen. We maken foto’s en lachen om de spiegelbeelden. Kleur, hoofdomtrek en haarlengte worden genoteerd. Zodra M. eraan toe is, kan ze bellen en is de pruik een paar dagen later klaar. Zover is het echter nooit gekomen. Het hoofd van M. bleef de rest van de behandeling bedekt met een dunne dos en inmiddels heeft ze weer een dikke krullenbos.

‘…krijgt M. van het personeel
voetmassage aangeboden…’

Als na acht maanden de chemokuur is afgerond, vraagt het personeel om feedback. M. heeft haar ervaringen en waarnemingen beschreven, enerzijds met betrekking tot de medisch feitelijke informatie van de specialist en anderzijds over de sensitieve èn meer holistische verzorging van de verpleegkundigen. Ze heeft ook laten weten dat het haar spijt dat de specialist haar nooit heeft voorgelicht over de CAM-mogelijkheden die het ziekenhuis biedt, dit ondanks dat hij wist dat zij zich ook op natuurgeneeskundige wijze liet begeleiden. Gelukkig deden verpleegkundigen dat wel. Misschien wel het belangrijkste uit haar feedback: dat de drempel die ze voelde om aan de chemokuur te beginnen werd geslecht toen bleek dat ze ín het ziekenhuis kon kiezen voor chemo + CAM.

Meer informatie: www.lydiakimman.nl