Intervisie als middel voor intercollegiale communicatie

23 april 2018

Door: Marlene van Lier

Ken je dat, dat jouw intervisiegroep soms op een theekransje lijkt en je niet altijd gemotiveerd bent om ernaartoe te gaan? Zo verging het mij een aantal jaren. Ik had nergens geleerd hoe dat eigenlijk moest, intervisie. Mijn intervisiegroepen voelden veilig en bestonden uit ervaren collega’s met wie ik een goede klik had. Alle ingrediënten voor vruchtbare intervisie, zou je denken. Toch ging ik vaak met een onbevredigd gevoel naar huis. We hadden bijgepraat en een aantal onderwerpen of cases besproken, maar ik had onvoldoende ruimte ervaren om ook de diepere lagen van een ingebrachte vraag te verkennen.

Waar dat aan lag? Ik merkte dat de groepsleden betrokken waren, maar niet voldoende luisterden of doorvroegen om tot de kern van een probleem te komen. Wat ook vaak gebeurde was dat groepsleden snel vanuit hun eigen ervaring adviezen begonnen te geven, iets waaraan ik mezelf ook regelmatig schuldig heb gemaakt. Het blijkt knap lastig om in een groep collega’s een vruchtbare groepsdynamiek te ontwikkelen, waarin deelnemers de ruimte krijgen om meer inzicht te ontwikkelen in een probleem dat zij inbrengen.

Toen ik van een vriend hoorde dat hij startende intervisiegroepen begeleidde, werd het mij pas duidelijk dat intervisie veel meer te bieden had dan ik wist. Ik raakte gemotiveerd om een intervisiegroep op te zetten volgens de regels van het spel. Een groep waarin de leden elkaar helpen om zich persoonlijk te ontwikkelen, hun professionele handelen te verbeteren en hun kennis te verdiepen. Maar waar moest ik op letten als ik met zo’n groep wilde gaan starten?

Een aantal factoren bleek van belang. Als eerste de groepsgrootte: om persoonsgericht, in een veilig gespreksklimaat en binnen relatief beperkte tijd tot bevredigend resultaat te komen, blijkt de optimale groepsgrootte tussen de vier en zeven deelnemers te liggen. Bij minder dan vier deelnemers wordt het aantal invalshoeken te beperkt, bij meer dan acht verzandt de groepsdynamiek. Als tweede de samenstelling van de groep: een intervisiegroep bestaat idealiter uit vakgenoten met een overeenkomstige ervaringsdeskundigheid, die niet te ver uit elkaar ligt. Als derde is het belangrijk dat er afspraken worden gemaakt over de frequentie, de tijdsduur en de inbreng: een casus of een thema, wel of geen schriftelijke voorbereiding, wel of geen verslag. Ook afspraken omtrent zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en de methoden waarmee gewerkt gaat worden mogen niet ontbreken.

Meer informatie: www.libra-coaching.nl

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50

Bronvermelding:

  1. Sijnke, John (2002) Intervisie in de gezondheidszorg: introduceren en toepassen van de casuïstiekmethode. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg, 2002
  2. Beek van de, Bernard en Schaub-de Jong, Mirabelle (2013) Intervisie leren. Een methode voor professionele ontwikkeling. Den Haag: Boom Lemma
  3. Anja Brasser (2010) Organisatieopstellingen binnen intervisie. Amsterdam: Boom/Nelissen
  4. Jagt, Nel (2011) Oplossingsgerichte intervisie. Maatwerk Vol.12(5), pp.25-25
  5. Monique Bellersen en Inez Kohlman (2016) Praktijkboek Intervisie. Deventer: Vakmedianet