Gezond oud

20 april 2020

Door Marieke Lebbink

Onlangs is mijn oma op 104-jarige leeftijd overleden. Op de vraag hoe ze zo oud geworden is, riep ze steevast: fruit eten! Maar er is meer. Naast haar genen spelen ook de manier waarop ze leefde en in het leven stond een rol.

Ze trouwde op haar 22e met mijn opa en ze woonden op een klein boerderijtje in de Achterhoek. Ze voorzagen zichzelf en ook de rest van de familie van groente, aardappelen, fruit en vlees. Zo at ik mijn jeugd zelden rijst of pasta. Als kleuter kreeg ik een keer per jaar een dagje vrij om mee te helpen worst draaien na de slacht. Van de botten werd bouillon getrokken voor oma’s beroemde vermicellisoep. Opa was postbode en had daarnaast een grote groentetuin met fruit- en notenbomen waarin oma meehielp. En zo bepaalden zij en het seizoen wat de pot schafte en was er volop beweging. Ook kregen de gewassen nog de tijd om te groeien en te rijpen. Kortom hun voeding was rijk aan essentiële suikers. En die blijken belangrijk te zijn voor onze gezondheid ontdekken we nu.1 We kunnen ze namelijk niet zelf maken en moeten ze dus uit de voeding halen.

Er zijn er in totaal acht, te weten: mannose, glucosamine, xylose, fucose, galactose, neuraminezuur, galactoseamine en glucose. Van die laatste krijgen we te veel binnen, van de rest steeds minder. De meeste essentiële suikers worden namelijk gevormd in de laatste fase van het groei- en rijpingsproces van de plant. Ook in dierlijke producten zoals wei, ei en botten zijn ze aanwezig. Ze zijn nodig voor een goede celcommunicatie in de darmen en dat is de plek waar gezondheid begint.

Oma ging met haar tijd mee, hield van lekker eten en verwende ons graag. Van haar zelfgebakken cake kregen we meer dan één plakje. Ze hield van groente, fruit en was een vleeseter, liefst met een randje vet. En dat paste bij haar bouw. Ook dit is een belangrijk aspect om gezond oud te worden. In de loop der jaren namen haar bloeddruk en gewicht toe. Maar met een juiste leefstijl en medicatie hield ze de balans.

In zo’n lang leven is er niet alleen voorspoed. Ze verloor haar man, zoon en schoonzoon, maar ze toonde veerkracht. De laatste dertien jaar woonde ze in een verzorgingshuis en werd er voor haar gekookt. Eerst nog op locatie, maar later ontkoppeld. Voeding wordt dan elders bereid en ter plekke opgewarmd. Dat kan middels een convectoroven of magnetron. Bij die laatste gaat een deel van de levenskracht van de maaltijd verloren. Helaas is er (nog) geen aandacht voor dit energetische aspect van voeding om het over de afname van essentiële suikers maar niet te hebben. Als maatschappij kunnen we daar nog een slag maken.

Persoonlijke aandacht is er gelukkig wel. Toen het einde naderde stonden familie en personeel haar terzijde hoewel ze het liefst nog zelf de touwtjes in handen hield. Maar ze moest loslaten… In dat proces kom je bij essentie: De bouillon die ik haar gaf, kwam misschien uit een potje, de liefde die we voor elkaar voelden uit het hart.

Meer informatie: www.mariekelebbink.nl

Bronvermelding:
www.natuurdietisten.nl