Het belang van ontmoeting in de therapie

17 december 2018

Door: Henne Arnolt Verschuren

Enige tijd geleden bezocht ik een natuurgeneeskundig therapeut waarover ik goede verhalen had gehoord. De eerste afspraak verliep niet zoals ik verwacht had. Na een uiteenzetting over zichzelf en zijn methode deed hij twee testjes. Ik mocht weer plaatsnemen in de wachtkamer en dat duur-de even. Uiteindelijk ben ik vertrokken en heb ik de therapeut een mail gestuurd dat hij mogelijk heel deskundig was, maar dat ik ervoor koos bij hem geen behandeling te ondergaan.

Als het in de behandelkamer alleen gaat om mijn probleem waar de therapeut zijn deskundigheid op loslaat, ontbreekt er voor mij iets fundamenteels; het contact van mens tot mens. Er wordt ‘aan’ mij behandeld in plaats van met mij. Er ontstaat een hoofdzakelijk verticale relatie, waarin ik niet het gevoel heb dat ik me kan of wil toevertrouwen aan de therapeut.

Binnen de psychotherapie is al langer bekend dat de relatie tussen therapeut en cliënt met afstand het belangrijkste ingrediënt is voor verbetering van de klachten van de cliënt. De methodiek die ingezet wordt komt daar ver achteraan. Dit heeft te maken met het vertrouwen dat ontstaat in de relatie tussen cliënt en therapeut. Voor een groot deel gaat dit vertrouwen over de therapeut als persoon, wat wel de ‘relationele aanwezigheid’ van de therapeut wordt genoemd. Je zou dit ook ‘geruststellende aanwezigheid’ kunnen noemen; we gaan samen met jouw vraag aan de slag. De diagnose en behandeling gebeuren dan niet ‘aan’ de cliënt, maar in contact en samenspraak met de cliënt. Daarmee wordt ook het genezend vermogen van de cliënt zelf geactiveerd.

Vroeger gaf mijn vader me een snoepje als ik hoofdpijn had, met de mededeling dat het een aspirientje was. De hoofdpijn verdween. Je kunt dat natuurlijk het placebo-effect noemen, maar wat gebeurde er dan precies? Ik geloofde in mijn vader, dat hij het goede met me voor had, en nam daarom zijn advies aan. In zekere zin communiceerde hij ‘het komt goed’ naar mij, een belangrijke boodschap van ouders naar kinderen. Vervolgens vertrouwde ik daarop en was ik blijkbaar in staat mezelf te genezen.

De psychotherapie verschilt hierin niet zoveel van andere geneeswijzen. De meeste ziektebeelden gaan gepaard met spanningen in het lichaam, contracties, die het ziekteproces sterk kunnen vertragen of zelfs in stand houden. Soms is fysieke spanning op een diepere laag in het systeem zelfs de directe oorzaak van het ziektebeeld. Bij een traumatische ervaring weten we bijvoorbeeld dat deze contractie op het niveau van het zenuwstelsel plaatsvindt en op den duur tot allerlei somatische klachten kan leiden. Een vriendelijke aanwezigheid en relationele beschikbaarheid van de therapeut kan bij de cliënt een (begin van) ontspanning teweegbrengen, wat bijdraagt aan het genezingsproces. In andere gevallen, waarbij het eerder gaat om acceptatie van een structureel verlies aan energie of aan mogelijkheden, kan de menselijke nabijheid van de therapeut nog belangrijker zijn. Daarin worden we regelmatig beiden, zowel therapeut als cliënt, geconfronteerd met onze kwetsbaarheid ten opzichte van het leven.

Jaren geleden probeerde een coassistent mij in de voorbereiding op een oogoperatie te verdoven door een naald onder het oog door te steken naar de oogspier. Dat ging nogal moeizaam, had verschillende pogingen nodig en het deed veel pijn. Uiteindelijk nam de chirurg het over. Na afloop kwam de coassistent zijn excuses aanbieden voor de pijn die hij veroorzaakt had. Dat raakte me zeer. We waren even samen in ons kwetsbare mens-zijn en daarmee was het hele daaraan voorafgaande gebeuren onbelangrijk geworden.

Meer informatie: www.bodymindopleidingen.nl