Ik 2.0

14 april 2014

Door: Irene de Vries

S is een 19-jarige student die in verband met ADD Dexamfetamine gebruikt. Daardoor kan hij zich beter concentreren. Maar hij kan niet meer slapen en heeft een onbedwingbare neiging tot roken, terwijl hij zichzelf altijd als een niet-roker zag.
P is een vrouw van 35, ze is jaren depressief geweest. Door gebruik van een antidepressivum is haar depressie opgeklaard, maar ze voelt zich vlak, ‘niet zichzelf’.
H is 24 en slikt de anticonceptiepil, haar libido is er danig door afgenomen. Ze twijfelt of ze aan de pil zal blijven.
Drie mensen die door gebruik van medicijnen een verandering van hun persoonlijkheid ervaren en betwijfelen of ze dat wel willen.

T heeft een bipolaire stoornis. Ze is in het verleden tweemaal opgenomen geweest vanwege een manie en heeft in een depressieve fase een suïcide-poging gedaan. Sinds ze Lithium gebruikt, zijn de pieken en dalen in haar stemming minder extreem. Ze is blij met de ervaren rust.

‘…die door gebruik van medicijnen een verandering
van hun persoonlijkheid ervaren …’

P heeft in het verleden veel gedronken. Het heeft hem zijn huwelijk en zijn baan gekost. Na een detox-opname en door gebruik van Baclofen is de hang naar alcohol verdwenen. Langzaamaan krijgt hij het vertrouwen dat hij definitief een ex-alcoholist is.
J is 24 en slikt de anticonceptiepil, omdat ze wegens hevige premenstruele klachten tien dagen per maand ‘niet zichzelf’ was. Met de pil is haar stemming stabieler en voelt ze zich prima.
Drie mensen die door gebruik van medicijnen een verandering in hun persoonlijkheid ervaren en daar blij mee zijn.

Brengt mij op de vraag: wat bepaalt die persoonlijkheid? De eerste drie mensen voelden zich níet zichzelf door gebruik van middelen, de andere drie voelden zich door die middelen juist méér zichzelf. Wat maakt dat gevoel van jezelf zijn? Vergelijk je een ‘nieuw ervaren ik’ met de ‘oude vertrouwde ik’ en concludeer je dat de nieuwe niet klopt? Of concludeer je juist dat de ‘nieuwe ik’ een verbeterde versie is van de oude? En als je jezelf wordt dankzij een medicijn, is dat dan echt? Of is het als een bril die je zícht verbetert maar je ogen niet? Moet een therapie iets wezenlijks in je raken, iets in trilling brengen wat er al zit?

‘…is dat dan echt?’

Mw. R is kunstenares. Als ze erg gestrest is, heeft ze een ‘pingponghoofd’, zoals ze dat zelf noemt. Haar gedachten pingpongen alle kanten op en ze kan zich nergens op concentreren. Maar soms doemt er ineens inspiratie op voor een schilderij en dan kan ze supergeconcentreerd, in een flow urenlang werken. ‘Mijn kwast maakt me tot wie ik werkelijk ben. De kwast is de brug naar mijzelf.’

Onlangs was er een ontroerende documentaire op tv: ‘Notes from the inside’. De documentaire gaat over een jongeman die tijdens zijn opname in een psychiatrische kliniek de helende werking van muziek ervaart. Hij wordt concertpianist en zoekt later psychiatrische patiënten op om muziek voor hen te spelen. Ook zij worden geraakt, door de muziek en door de persoonlijke aandacht van de pianist. Zonder er woorden voor te hebben, heelt het hen.

‘Zonder er woorden voor te hebben,
heelt het hen.’

En deze week kwam E weer op mijn spreekuur. 30 jaar, Wajong, traumatische jeugd. Zachte stem, af en toe vluchtig oogcontact. Ze is leeg, weet niet wie ze is, óf ze wel iemand is. ‘Ze hebben mij mezelf afgepakt’. Gesprekken over hoe ze zichzelf dan weer opnieuw zou kunnen vullen, zichzelf weer zou kunnen uitvinden, leveren tot nu toe niks op. Homeopathie niet en supplementen ook al niet. Muziek maakt haar somber en creatief is ze niet. Maar hardlopen wilde ze wel proberen. En vandaag kwam ze vertellen dat ze tijdens haar looprondje elke dag een foto maakt. Ik denk dat we een beginnetje zien van de nieuwe E.

Meer informatie: www.voedingsarts.nl