Vakmanschap

12 juni 2017

Door: Tine Goedhart

‘Tine, wanneer ben je nou echt een goede therapeut?’ Ruut en ik kijken elkaar eens aan. Ik zeg: Vakmanschap. Ruut vraagt door, ook als ik dat eigenlijk niet zo leuk vind, en ik ga woorden zoeken bij ‘vakmanschap’: vakinhoudelijke kennis, intuïtie en ervaring zijn onderdelen van vakmanschap, maar ook een goed georganiseerde administratie, je omgang met klachten en incidenten (dan hoeft er nog niet eens wat misgegaan te zijn in je behandeling, je kan vergeten zijn de bel uit te zetten) en de zelfreflectie die daarbij hoort. Hoe herken je een vakmens? Als je zelf een vakmens bent, herken je een collega en die herkenning zit vaak in kleine dingen.

Bijvoorbeeld het doornummeren van je facturen door de jaren heen. Veel kleine ondernemers beginnen ieder jaar opnieuw: de eerste factuur in januari heeft nummer 17001 (als het dit jaar is). Een belastinginspecteur krijgt het daar een beetje benauwd van en voor grotere bedrijven is het simpelweg verboden. Ik adviseer ondernemers altijd als eerste om door te nummeren. Waarom? Het maakt eenieder duidelijk dat je niet knoeit met je rekeningen (je kan geen facturen bijvoegen of verwijderen na de jaarafsluiting, omdat er geen open eind is) en jezelf als ondernemer serieus neemt. Je wordt zakelijk dan ook volwassen behandeld.

Maar ook: de Wkkgz, die per 1 januari 2017 in werking getreden is, heeft als kern: Leren van fouten en openheid. ‘Weet je nog Ruut, die vrouw van SCAG in dat zaaltje in Maarn die daarover vertelde?’ informeer ik. Het was een pittige lesmiddag, maar wel een goede. Dat betekent van alles op het gebied van klachtenrecht: je cliënt moet gratis over een klachtenfunctionaris kunnen beschikken en er moet binnen zes weken antwoord op een melding komen. Je moet als therapeut lid zijn van een organisatie die een geschillencommissie heeft. Hoe doe je dat goed? De klachtenfunctionaris en geschillencommissie alsmede aansprakelijkheid zijn door de goede beroepsverenigingen geregeld voor hun leden.

Het leren van fouten en de openheid ligt bij jezelf. Er is een formuliertje voor: de VIM (Veilig Incident Melding). Die liggen geprint op mijn bureau klaar. Daar kan van alles op: de vergeten deurbel, een klant die bijna van de bank is gevallen, een Bachremedie die op blijkt te zijn en niet op tijd is bijgevuld, dubbele of vergeten afspraken. Alles. Ik analyseer ze zelf voorafgaand aan een intervisiebijeenkomst en neem de analyse mee in de bijeenkomst. Dat doen de andere leden van de intervisiegroep ook. Standaard staat ‘VIM-formulieren’ op de intervisie-agenda en worden de opmerkingen genotuleerd.

Wat brengt dat jou en je praktijk:

  • Weinig werk.
  • Duidelijk inzicht of iets een incident is of dat je toch vaker die bel vergeet (dingen zijn vaker minder een incident dan je zelf graag wilt).
  • Feedback en goede ideeën van je collega’s krijg je vanzelf als je incidenten deelt.
  • Als je een keer een echt probleem hebt, een fout maakt, een klacht hebt van een cliënt of een inspecteur komt je praktijk controleren, dan kan je zonder enige moeite laten zien dat je niet alleen in je hoofd nadenkt over kwaliteit en vakmanschap. Dat je het deelt met collega’s en je niet schaamt voor je leerweg, maar ervan leert, groeit en je kennis deelt.

Op langere termijn verbeteren zulke systemen je kwaliteit en je kwaliteitsbewustzijn.

Ik ben hier in deze columns niet uitputtend en compleet. Expres niet en nooit. Wij therapeuten vinden dat onze cliënten verantwoordelijkheid voor hun eigen lichaam mogen nemen. Dat betekent voor mij dat wij therapeuten verantwoording nemen voor ons bedrijf. Dus handvatten krijgen en ook zelf dingen uitzoeken. Zelf dingen zeker weten en ons niet verschuilen achter het idee dat administratie ons vak niet is. Je bent ondernemer en dat is een synoniem voor een schaap met vijf poten. Of je gaat in een grote praktijk als medewerker werken. Dat kan ook.