Seksuele problemen signaleren en doorverwijzen

29 april 2019

Uit onderzoek onder 8000 Nederlandse mannen en vrouwen tussen de 15 en 71 jaar blijkt dat bij 19 procent van de seksueel actieve mannen en bij 27 procent van de seksueel actieve vrouwen seksuele disfuncties voorkomen. Het door de mannen meest genoemde probleem is een voortijdig orgasme (10 procent), gevolgd door erectieproblemen (8 procent) en problemen met de subjectieve seksuele opwinding (5 procent). Bij vrouwen zijn lubricatieproblemen de meest voorkomende klacht (12 procent), gevolgd door orgasmeproblemen (11 procent) en problemen met de subjectieve seksuele opwinding (10 procent). Onder de mensen met een seksuele disfunctie heeft 39 procent van de mannen en 46 procent van de vrouwen er twee of meer.

Seksuele problemen doen zich dus vaak voor in de praktijk en een goed seksleven is belangrijk voor de gezondheid. Dat vraagt om gepaste belangstelling voor het seksuele leven van patiënten. Vraag of de patiënt seksueel actief is, of hij of zij seksuele problemen ervaart. Zodat er tijdige signalering plaatsvindt en verder lijden voorkomen wordt. In samenspraak met cliënt kan er eventueel doorverwezen worden naar psycholoog of seksuoloog.

Het artikel van seksuoloog Hellen Nagel en psychotherapeut Marijke Brouwers in de nieuwste editie van het Vakblad Natuurlijke & Integrale Gezondheidszorg geeft inzicht in hoe bij een dergelijke doorverwijzing het zorgtraject eruit zou kunnen zien.


Bron:
Kedde, H. (2012). Seksuele disfuncties in Nederland: prevalentie en samenhangende factoren. Tijdschrift voor Seksuologie