COCOZ: Communicatie en verwijzing COmplementaire Zorg

25 april 2019

Door Els Smits

Stel je voor, je bent huisarts. Een volle dag met tienminutenconsulten loopt al in het begin van je werkdag uit. Er zijn overleggen met collega’s, bezoeken van vertegenwoordigers, spoedbezoeken aan ernstig zieke mensen. Er komt veel post binnen, waaronder een keur aan foldertjes van complementair therapeuten. Best interessant allemaal, maar wanneer ga je dat lezen?
Je begrijpt het al: dat een huisarts niet reageert op jouw folder is niet per se desinteresse. Hoe kunnen we als behandelaars beter met elkaar communiceren? Daar ging het COCOZ-project over, uitgevoerd door het Van Praag Instituut en het Louis Bolk Instituut. Martine Busch vertelt over de bevindingen en resultaten.

Een jaar of twee geleden kondigden we in het Vakblad de start van het project COCOZ aan, Communicatie en verwijzing COmplementaire Zorg. Onlangs is het afgerond, met zeer inspirerende resultaten. Het ontstond vanuit een ander, in 2013 voltooid project. Martine: ‘Samen met het Louis Bolk Instituut en de patiëntenorganisatie Zorgbelang Groningen hadden we in dertien huisartsenpraktijken gekeken wat het betekent als zij mensen met chronische gewrichtsproblematiek doorverwijzen naar een complementaire behandelaar. Dat bleek effectief, dus zinvol om te doen. Alleen in de communicatie tussen huisarts en complementair behandelaar en vice versa ging een heleboel niet goed. Daar wilden we verder naar kijken.

De meest voorkomende complementaire therapieën in dat vorige project waren acupunctuur, homeopathie, natuurgeneeskunde, osteopathie en chiropractie. Daar zochten we zes beroepsorganisaties bij: AVIG (artsen integrale geneeskunde, met name homeopathie en natuurgeneeskunde), NAAV (artsen acupunctuur), NCA (chiropractors), NVA (acupuncturisten), NVKH (klassiek homeopaten) en NVO (osteopaten). Die hebben we uitgelegd wat wij als probleem zagen, met de vraag of we daar niet iets op konden bedenken om dat wat praktischer uit te werken. Alle zes reageerden enthousiast, waardoor een unieke situatie ontstond: zes verschillende beroepsorganisaties bij elkaar aan tafel.

Meer informatie: 
www.vanpraaginstituut.nl
www.louisbolk.org

Lees het gehele artikel vanaf pagina 41 in VNIG 3/19.

Wilt u het hele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50