De belangrijkste reis is de reis naar binnen

14 april 2014

Door: Petra van den Heuvel

Bij mijn conceptie begint in Brabant in een klein katholiek dorpje in 1941 mijn reis op aarde. Mijn beschutte plek is de schoongemaakte pekelbak in de kelder van de boerderij. Hulpeloos overgeleverd aan de grote mensen en omgeven met oorlog. Het enige dat ik kan doen, is het leven ondergaan en bij ongenoegen krijsen of huilen. Ik kan als baby geen onderscheid maken en reageer zoals mijn lichaam geprogrammeerd is. Tussen negen andere kinderen is er weinig persoonlijke aandacht. Als de Duitsers werkkrachten zoeken is er stil verzet. Vader houdt zich schuil in de stekkerhoek, soms verstopt hij zich buiten in het water van een sloot. Zo zag het begin van mijn reis eruit.

Mijn lichaam noem ik de ‘menselijke jas‘ die mijn geest omvat. Die jas, mijn fysieke lichaam is mijn metgezel voor het leven in voor- en tegenspoed. Het maakt niet uit of ik hem zelf gekozen heb of niet. Ik kan hem niet meer uitdoen of ruilen. Dat geldt ook voor het leven. Het leven op het platteland is sober, voor emoties is geen aandacht. De liefde vind ik in de natuur, waar al mijn zintuigen wagenwijd openstaan. Bij het spelen in de zandbak verrast het warme zand mijn huid. Klauteren in de bomen veroorzaakt een sensatie in mijn armen, benen en mijn lijf.

Lees het gehele artikel vanaf pagina 53 in het VNGK 3/14.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.