Zelfgenezend vermogen volgens de antroposofie

22 oktober 2018

Door: Els Smits

Erik Baars is lector Antroposofische Gezondheidszorg aan de hogeschool Leiden. Hij kijkt naar het zelfherstellende vermogen van de mens vanuit antroposofisch perspectief. Voor hem is antroposofie in eerste instantie een geesteswetenschap, die wetenschap bedrijft op het gebied van de niet-zintuigelijke werkelijkheidslagen van de mens in de wereld. Dus de antroposofie gaat ervan uit dat de mens meer is dan materie. Dat betekent dat het zelfhelend vermogen van de mens ook betrekking heeft op meerdere lagen.

Dat Erik Baars gewend is om lezingen te geven, wordt al snel duidelijk als wij op een warme zomermiddag in Leiden om de tafel zitten. In een helder kader, dat weinig vragen oproept, zet Erik zijn visie op het zelfherstellend vermogen van de mens uiteen. ‘Kijkend naar hoe een mens zich ontwikkelt, begint dat bij de zaadcel en de eicel die bij elkaar komen, waarna het organisme langzaam maar zeker gaat groeien. Maar al tijdens die hele embryonale ontwikkeling is er voortdurend afbraak en opbouw van nieuwe cellen en dat blijft het verdere leven zo. Het is zelfs zo dat allerlei substanties die op dit moment in ons organisme op een plek zitten, binnen uren ergens anders zitten. Binnen een jaar tijd is zo’n 97 procent van de cellen in ons organisme afgebroken en weer opnieuw opgebouwd. Voortdurend vindt er een verandering plaats, die te maken heeft met opbouw en afbraak. En voortdurend zijn er kleine beschadigingen, DNA of cellen die niet kloppen, die worden opgeruimd.

In eerste instantie kijk je dus naar het feit dat dat onophoudelijk aan de gang is. Er is iets wat vormgeeft aan de processen in ons lichaam, de vorm van ons lichaam, van onze organen, van hoe we er als mens uitzien en dat wordt steeds weer hersteld. Dat is de basis. Op het moment dat we een beschadiging krijgen, een snee of een infectie, dan is het organisme blijkbaar in staat om af te breken en weer op te bouwen. Dat is wat er altijd gebeurt: het dode of geïnfecteerde weefsel wordt afgebroken en vervolgens wordt het weer opgebouwd. Dus blijkbaar is het organisme in staat dat allemaal te herstellen en opnieuw de eenheid van vorm en functie tot stand te brengen. Maar hoe zit dat nou in elkaar? Vanuit de antroposofie gezien is er meer in de wereld dan alleen maar materie. Je hebt werkelijkheidslagen die betrokken zijn bij de organisatie van de materie. Die lagen zijn voortdurend met elkaar bezig om te zorgen dat er een balans is in het organisme. Op het moment dat er dus ergens iets doorsneden wordt, als je ergens tegenaan stoot waardoor cellen stukgaan of je hebt een infectie, dan is het organisme erop gericht om ervoor te zorgen dat het geheel weer hersteld wordt.

Meer informatie: www.hsleiden.nl/antroposofische-gezondheidszorg

Lees het gehele artikel vanaf pagina 30 in het VNIG 6/18.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50