Ik vond mijn stilte

18 februari 2016

Door: Mira Kers

Een kankerdiagnose is bijna het ergste wat een jonge moeder kan overkomen. Of toch niet?

‘Ik ben blij dat ik kanker heb gekregen’, zeg ik wel eens. Ik houd van de shock-waarde van zo’n statement. Hoewel ik natuurlijk niet écht blij ben dat ik twee jaar geleden kanker heb gekregen, ben ik wél blij met wat deze ziekte me op heeft geleverd.

Namelijk dat, wat veel traumatische gebeurtenissen ons mensen kunnen opleveren: acceptatie. En inzicht. En rust. En meer van die yoga-retreat slogans. Ik weet zeker dat ik zonder de diagnose niet zou zijn waar ik nu ben: schrijvend, liefhebbend en trots.

Al mijn – toch al geringe – zekerheden
waren weg …’

Al jarenlang droeg ik zeer met me mee. Mijn lichaam had als opslagplek mijn rug gekozen. Alles wat me pijn had gedaan, mijn bron van nachtenlange piekersessies, bevond zich in mijn onderrug. En kwam voort uit een ontkenning in mijn hoofd. Een pijn té erg om aandacht aan te besteden. En omdat onze lichamen koppig zijn, hield het mijne die pijn stevig in zijn greep.
Totdat ik niet meer kon zitten. Of lang lopen. En ik was eigenlijk altijd moe. Ik sliep bijna niet en was zo fragiel dat ik al ging huilen als iemand me lief aankeek.

En toen kreeg ik kanker. Een boodschap die mijn hele leven deed schudden op zijn vesting. Al mijn – toch al geringe – zekerheden waren weg en ik was overgeleverd aan het monster dat zich nu veilig genoeg voelde om vanuit mijn rug mijn hele lichaam over te nemen. Als een groen, vies geschreeuw vulde de angst en pijn mijn lijf en hoofd.
Daar zat ik dan. Op de bank. Verlamd van angst, zacht te huilen, en te luisteren naar de pijn die mijn eigen lichaam voortbracht en te denken dat dit het dan maar moest zijn. Mijn leven was niet erg zinvol geweest, en het was dus nu blijkbaar afgelopen.

Tot ik, héél ver weg, een piepklein stemmetje hoorde zeggen: ‘nee.’ Ik dacht, wie is daar? Wat is dit? Weer klonk het ‘Nee’. Met meer overtuiging dit keer. ‘Nee, dit doen we niet meer. Dit kiezen wij niet.’
Het was duidelijk, dit was ik zelf, maar dan op een heel diep, onderbewust niveau. Het was mijn echte ik, die besloot niet meer zo te lijden. Een lijden dat ik mezelf had opgelegd al die jaren geleden. Een lijden dat nu te groot was geworden voor mij om alleen te dragen. Dat ging ik nu loslaten.
Met een kleine zucht hield het gekrijs van mijn pijn in mijn oren op. Het werd stil. In mijn oren en in mijn hoofd.

‘Weer klonk het ‘Nee’. Met meer
overtuiging dit keer.’

En vanaf dat moment ben ik gaan leven. Ik doe wat ik wil. Ik voel mijn lijf bewust in alles en als het weer ergens iets negatiefs wil opslaan, geef ik er even aandacht aan. Ik vraag dan ‘Gaan we dit weer doen?’

‘Nee.’ Klinkt het dan overtuigd.