Leren door bewegen

13 april 2016

Door: Karlien Bongers

Ik lig met mijn zoon van zeven maanden op het kleed. We hebben net intensief gespeeld met twee blokjes. Hij heeft de oranje en ik de blauwe. Eerst tikken we ieder afzonderlijk op de grond. Sorry onderbuurvrouw! Dan tikken we tegen elkaars blokje. Mijn zoon kraait van plezier. Nu rusten we uit. Ik praat tegen hem. Gebiologeerd kijkt hij naar mijn mond. Dan schenkt hij mij z’n stralende lach en begint te brabbelen.

De mond en de hand vormen samen een functioneel systeem. Direct na de geboorte doet een baby zijn mond open als je op zijn handpalm drukt. Als ze iets ouder zijn, blijkt het uitsteken van de wijsvinger samen te gaan met het openen van de mond en nog wat later met het maken van geluidjes. Hun gebrabbel blijkt in 75% samen te gaan met ritmische handbewegingen. Als ze hun eerste woordjes kunnen zeggen maken ze, als ze iets duidelijk willen maken, eerst een gebaar en zeggen dan een woord. Hoe goed kinderen in staat zijn om een hiërarchische structuur te maken zoals het stapelen van blokjes, blijkt een maat voor hun verbale vaardigheid. 

Meer informatie: www.karlienbongers.nl

De gehele column leest u op pagina 20 van VNGK 3/16.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.