Overgang

20 april 2020

Door Karlien Bongers

Onverwachts voel en ruik ik het: de lente komt eraan! In vroeger tijden werden de overgangen van de seizoenen gevierd met grootse feesten. Nu moet ik het doen met de mezen die hun lokroep oefenen en een merel die met een takje in zijn snavel zijn evenwicht probeert te bewaren in de wind. Straks zullen ze na een periode van gefluit, gedartel en nestjes bouwen, op hun eieren gaan zitten. De meeste vogelvrouwtjes doen dit slechts eenmaal per jaar.

Mensenvrouwen worden er gedurende zo’n 35 jaar iedere maand mee geconfronteerd. Onder invloed van stijgende oestrogenen worden we na onze menstruatie extra gevoelig voor sociale verhoudingen. Op een prettige manier zijn we gericht op de mensen om ons heen en zijn we bereid om van alles voor anderen te doen. Rond de eisprong helpt de piek in testosteron dat we zin krijgen in seks. En net als alles gezellig en lekker is, stijgt ons progesteron en krijgen we een behoefte aan ‘nestelen’. Dan hebben we geen behoefte aan avonden met vriendinnen of een romantisch intermezzo maar willen we met dikke sokken op de bank lekker in ons eentje een boek lezen of netflixen. Het lijkt wel of we in onze vruchtbare jaren uit meerdere persoonlijkheden bestaan.

Rond het veertigste levensjaar is het aantal eieren dat nog bevrucht kan worden aardig afgenomen. Hierdoor zijn er vaker cycli zonder eisprong en raakt de hormonendans uit balans. Voeg daar nog wat stresshormonen, insulineresistentie, jarenlange opstapeling van toxische stoffen uit de omgeving en een verminderde leverfunctie bij en je snapt waarom de periode tussen je veertigste en vijftigste dikwijls gekenmerkt wordt door hormonale disbalans. Gelukkig is dat op een dag over als er een nieuw hormonaal evenwicht is ontstaan. Vrouwelijke hormonen staan niet meer op de voorgrond, waardoor sociaal zijn minder belangrijk lijkt en de nesteldrang naar de achtergrond verdwijnt. Onder invloed van het nu stabiel aanwezige hormoon testosteron kun je je daadkrachtig en onafhankelijk gaan voelen en de behoefte krijgen om je eigen doelen te gaan nastreven. Het traject van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid, of eigenlijk van een primair sociaal naar een eigenstandig mens, vergt naast tijd en ruimte om te experimenteren, moed en inzet om je doel(en) te vinden en je leven opnieuw vorm te geven. In een cultuur waarin vrouwen al eeuwenlang een ondergeschikte rol spelen, kan dat lastig zijn. Niet alleen vanwege het gebrek aan goede rolmodellen, maar ook doordat je wellicht zult moeten breken met een familietraditie van afhankelijke vrouwen. Dat kan verwarrend en beangstigend zijn. Bovendien heb je tijd nodig om jezelf te herontdekken.

Het zou mooi zijn als we, ons bewust van deze kennis, de tien jaar van hormonale wervelwinden zouden kunnen zien als een overgangsfase van je oude naar je nieuwe zelf. Dat we in die tijd mogen oefenen met het idee dat fysieke onvruchtbaarheid niet onvruchtbaarheid op mentaal, spiritueel of sociaal terrein betekent.
Bij dieren die in sociale groepen leven, zoals leeuwen, gevlekte hyena’s, bonobo’s en olifanten, zijn het vaak de oude onvruchtbare wijfjes die het hoogst in rangorde staan. En hoewel oude vrouwelijke bonobo’s uitblinken in het beslechten van ruzies, inspireert de olifant mij het meest. Bij olifanten namelijk, leidt de inmiddels onvruchtbare matriarch op basis van haar levenservaring haar groep langs de gevaren naar plekken met voedsel en water die voor de hele groep van levensbelang zijn.

Meer informatie: www.karlienbongers.nl