Verbinding

17 december 2018

Door Karlien Bongers

Buiten in de tuin kleurt de herfst de bomen. Op het bankje schijnt nog een streepje najaarszon. Als deze editie op de deurmat valt, zullen de takken kaal zijn en de uitbundige kleuren vervangen door grijzig bruin. Dit jaargetijde maakt me weemoedig. Ik voel warmte als ik in gedachten terugkeer in de zomer. Het gezoem van een bij, de lach van onze zoon die zich door de tuinslang nat laat spatten, de geur van vers gemaaid gras vermengd met de geur van nieuwe verf op ons werkgebouw, het knappend kampvuur gedeeld met vrienden. Ik zie de schoonheid van het moment en weet nog niet wat er voor me ligt.

Ooit was er niets. Toen was er een grote knal en het universum was geboren. Althans dat is de theorie. Het jonge universum bestond uit waterstof en helium. Door extreme compressie en kernfusies kunnen hieruit zwaardere elementen, zoals zuurstof en koolstof, ontstaan. Als alle waterstof verbruikt is, explodeert een ster waarbij alle gevormde elementen de ruimte in worden geslingerd. Hieruit ontstaan weer nieuwe sterren en planeten, zoals de aarde.

Alles op aarde wordt gevormd uit waterstof, koolstof en zuurstof. Door zich te verbinden met andere atomen ontstaan moleculen. Zo vormen twee waterstofatomen samen met een zuurstofatoom het voor ons leven op aarde essentiële water. Ook koolstof vind je overal. Een menselijk lichaam van 70 kilo bevat zeven quadriljard (7×1027) koolstofatomen, die ook minstens vijftig diamanten hadden kunnen vormen. Een wolk van negatief geladen deeltjes om de kern van koolstofatomen maakt het mogelijk om een verbinding aan te gaan met andere atomen. Zo vormen ze een van de tien miljoen bekende complexe koolstofstructuren. Hoewel het sterke verbindingen zijn, kunnen ze worden verbroken om vervolgens met andere atomen een nieuwe verbinding te vormen. Steeds worden dezelfde atomen hergebruikt. De koolstofatomen die we in ons lichaam hebben, vormden eerder sterren, bergen, bomen en andere mensen. Een deel van hun tijd zijn ze ongebonden in de atmosfeer. Algen, cyanobacteriën, planten en bomen produceren via het proces van fotosynthese uit kooldioxide in de lucht koolstofatomen. Niet-fotosynthetiserende organismen gebruiken deze koolstofatomen als bouwstof en energieleverancier door zuurstof toe te voegen, waarbij energie vrijkomt en kooldioxide ontstaat. Het chlorofyl dat de bladeren van bomen en planten in het groeiseizoen groen kleurt, vormt met behulp van zonlicht uit deze kooldioxide weer koolstofatomen. Om vervolgens weer als voedsel te dienen voor kooldioxide-producerende organismen. Als de nachten langer en kouder worden, sterft het chlorofyl. De nog aanwezige carotenoïden en anthocyanen geven de bladeren hun prachtige herfsttinten. Afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheidsgraad in de voorgaande seizoenen kunnen we er langer of korter van genieten. Uiteindelijk zullen de bladeren afvallen en zullen micro-organismen in de aarde hun koolstofatomen vrijmaken om iets nieuws te vormen. In het afstervende blad ervaar ik niet alleen de warmte van de zomer, maar ook het verwachtingsvolle gevoel van het voorjaar waarin nog niets is uitgekristalliseerd.

Alles draagt bij aan de kringloop van het leven, waarin afbraak deel is van het proces om tot iets nieuws te komen. Zo ook deze column. Afscheid van mijn column Integrative Medicine geeft ruimte om observaties vanuit mijn integratieve levenshouding met jullie te delen. Overigens zal ik daarnaast vaker inhoudelijke artikelen gaan schrijven, een verrijking voor mij en volgens de redacties ook voor het Vakblad en OrthoFyto.

Meer informatie: www.karlienbongers.nl