Qigong beoefening gunstig bij het chronisch vermoeidheidssyndroom

29 oktober 2019

Qigong is een systeem van oefeningen op het gebied van beweging, ademhaling, concentratie en meditatie. Letterlijk betekent het ‘het eigen maken van de Qi’ en hierdoor kun je je levensenergie in beweging zetten. Het is ontspanning bij inspanning en het is daarom een meditatie in de beweging.

Uit recent onderzoek blijkt dat mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) baat hebben bij dagelijkse Qigong beoefening. Het chronisch vermoeidheidssyndroom is voor menig patiënt invaliderend en complex. Eveneens is de herkenning en erkenning van het scala aan klachten die deze patiënten ervaren niet altijd aanwezig bij medisch zorgprofessionals. Er is momenteel geen afdoende behandeling beschikbaar.

Chinese onderzoekers voerden twee klinische studies uit waarin deelnemers met CVS gedurende 5 of 8 weken Qigong beoefenden. In de groep die gedurende vijf weken gevolgd werd (n=137), bleek vermoeidheid en depressie significant te verminderen. Bovendien was er sprake van een verbeterde telomerase activiteit. De lengte van telomeren, evenals de activiteit van het telomerase, bepaalt de levensduur van een lichaamscel. In deze eerste studie werd meer dan drie keer per week een Qigong oefening van langer dan dertig minuten uitgevoerd.

Aan de tweede studie namen 150 patiënten deel. Deze studie duurde acht weken. In deze studie werden de positieve effecten uit de eerste studie opnieuw waargenomen. Daarnaast verbeterde de slaapkwaliteit en verbeterde het adiponectine niveau zich. Adiponectine is een eiwithormoon dat betrokken is bij het reguleren van glucosewaarden en de afbraak van vetzuren. Het wordt geproduceerd door vetweefsel.

Des te vaker en langer Qigong werd beoefend, des te meer verbetering werd bereikt. Onderzoekers concluderen dat Qigong een geschikte therapievorm bij CVS is en gemakkelijk zelf of in groepen beoefend kan worden.

Bron:
Chan JSM, Ng SM, Yuen LP, Chan CLW. Qigong exercise for chronic fatigue syndrome. Int Rev Neurobiol. 2019;147:121-153. doi: 10.1016/bs.irn.2019.08.002.